Send to friend Pagina afdrukken
Oprichting van de BV

bijgewerkt tot en met 1 juni 2010

Waarom dit dossier?

De besloten vennootschap (BV) is in Nederland samen met de eenmanszaak en de vennootschap onder firma (VOF) de bekendste ondernemingsvorm. Voor ondernemers is het van groot belang om de meest aantrekkelijke ondernemingsvorm te kiezen. Dit geldt in het bijzonder voor de startende ondernemer. Bij deze keuze voor de beste ondernemingsvorm spelen verschillende economische, juridische en fiscale factoren een rol. Dit maakt de keuze niet gemakkelijk. Dit dossier probeert in de eerste plaats de ondernemer een antwoord te geven op de vraag of de BV voor hem de juiste ondernemingsvorm is. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op de verschillende aspecten van de oprichting van een BV.
Het dossier behandelt de volgende onderwerpen:
  • de 'voors' en 'tegens' van de BV;
  • de oprichting van een nieuwe onderneming in de vorm van een BV.

Voor wie is dit dossier bestemd?

De inhoud van dit dossier is vooral van belang voor de:
  • startende ondernemer;
  • ondernemer IB;
  • genieter resultaat uit overige werkzaamheden IB;
  • DGA.

BV: ja/nee

De volgende paragrafen behandelen de 'voors' en 'tegens' van de BV als ondernemingsvorm. Er wordt een korte uitleg gegeven over de BV als ondernemingsvorm, over de directeur-grootaandeelhouder en de eenmanszaak en de vennootschap onder firma. Daarna wordt ingegaan op de diverse factoren (juridisch, economisch en fiscaal) die bij de keuze voor of tegen de BV een rol spelen.

De BV

BV is een afkorting van 'besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid'. De BV is een rechtspersoon. Evenals een natuurlijk persoon kan een rechtspersoon zelfstandig deelnemen aan het handelsverkeer. Een rechtspersoon is een juridische constructie die zelfstandig bezittingen en schulden kan hebben, contracten kan afsluiten, rechtszaken kan aanspannen, enzovoort. Bekende andere voorbeelden van rechtspersonen zijn de naamloze vennootschap (NV), de stichting en de vereniging.
­
Het kapitaal van een BV bestaat uit aandelen. De aandelen van een BV staan altijd op naam en zijn niet vrij overdraagbaar. Dit betekent dat de aandeelhouder die zijn aandelen wil verkopen deze eerst moet aanbieden aan de (eventuele) andere aandeelhouders of vooraf hiervoor goedkeuring moet vragen. Vandaar de naam 'besloten' vennootschap. Dit alles in tegenstelling tot aandelen van een NV die vrij verhandelbaar zijn op de aandelenbeurs en niet op naam staan. De 'beperkte aansprakelijkheid' in de naam BV wil zeggen dat de aandeelhouders in de regel niet met hun privévermogen hoeven op te draaien voor schulden die de BV heeft gemaakt. Niet de aandeelhouders of de directeur, maar de BV - als rechtspersoon - is aansprakelijk. Dit is een groot voordeel van de BV.
­
In een BV hebben de aandeelhouders de macht in de zogenoemde Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Soms heeft een BV daarnaast een Raad van Commissarissen die als taak heeft het toezicht houden op en het adviseren van het bestuur van de BV. BV's met veel personeel en een groot aandelenkapitaal (de zogenoemde structuurvennootschappen) zijn verplicht een Raad van Commissarissen in te stellen.
Het bestuur van een BV heeft de leiding over de dagelijkse gang van zaken. Het bestuur bestaat uit één of meer bestuurders/directeuren. Bestuurders worden benoemd en ontslagen door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

De directeur-grootaandeelhouder (DGA)

Dit dossier richt zich vooral op de situatie waarin één persoon een groot deel van de aandelen in handen heeft en bovendien directeur is van de BV. In de fiscale wereld staat deze persoon bekend als de 'directeur-grootaandeelhouder'. De directeur-grootaandeelhouder wordt meestal afgekort tot 'DGA'. De Belastingdienst hanteert de afkorting 'Digra'. De DGA heeft als grootaandeelhouder de macht in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en heeft daarnaast als directeur de leiding over de dagelijkse gang van zaken van de BV.
Voor de belastingheffing is de DGA een zogenoemde 'aanmerkelijkbelanghouder'. Onder een aanmerkelijkbelanghouder wordt verstaan een belastingplichtige die - eventueel samen met zijn partner - minimaal 5% van de aandelen van een BV bezit. Het inkomen dat de aanmerkelijkbelanghouder geniet uit zijn aanmerkelijk belang wordt belast als winst uit aanmerkelijk belang in box 2 van de inkomstenbelasting. Het inkomen uit aanmerkelijk belang kan bestaan uit winstuitkeringen (dividend) van de BV of uit winst die wordt behaald bij de verkoop van (een deel van) de aandelen van de BV.

De eenmanszaak en VOF

Andere bekende ondernemingsvormen zijn de eenmanszaak en de vennootschap onder firma. Op deze ondernemingsvormen wordt kort ingegaan. Meer hierover in het dossier Starten van een onderneming.
De eenmanszaak is de eenvoudigste ondernemingsvorm. Eén persoon is zowel oprichter als eigenaar van de onderneming. De eigenaar is met zijn hele vermogen aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. De eenmanszaak is geen rechtspersoon. De eigenaar van de eenmanszaak betaalt over zijn hele winst inkomstenbelasting in box 1.
Een vennootschap onder firma is een samenwerkingsverband waarbij twee of meer personen onder een gemeenschappelijke naam een bedrijf uitoefenen. De samenwerkingsregels worden meestal vastgelegd in een firmacontract. Privéschuldeisers hebben geen verhaal op het vermogen van de VOF. Dit heet het 'afgescheiden vermogen' van de VOF. Omgekeerd kunnen schuldeisers van de VOF echter wel aanspraak maken op het privévermogen van de vennoten. De vennoten van een VOF betalen - wanneer zij natuurlijke personen zijn - inkomstenbelasting in box 1.

Nieuwe ondernemingsvormen op komst

Op korte termijn komen er in Nederland een aantal ondernemingsvormen bij. Dit betekent dat de VOF in de huidige vorm verdwijnt en vervangen wordt door één van de drie volgende ondernemingsvormen:
  1. De niet-openbare vennootschap: een samenwerkingsverband dat niet onder een gemeenschappelijke naam naar buiten treedt.
  2. De openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid: een samenwerkingsverband dat wel op een duidelijk kenbare manier naar buiten treedt. Deze ondernemingsvorm is het best te vergelijken met de huidige VOF.
  3. De openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid. Deze openbare vennootschap heeft rechtspersoonlijkheid. Dit betekent dat de vennootschap zelf eigenaar kan worden van goederen en zelf contracten kan sluiten. Hierdoor wordt de continuïteit beter gewaarborgd wanneer vennoten in- en uittreden. Let op dat de vennoten - in tegenstelling tot bij een BV - wel aansprakelijk blijven met hun privévermogen.
De huidige VOF's worden bij de invoering van de nieuwe wetgeving vermoedelijk automatisch omgezet in openbare vennootschappen.
Fiscaal verandert er niet veel. De vennootschappen verhuizen niet naar de vennootschapsbelasting. De vennoten van de drie genoemde vennootschappen blijven dus gewoon in box 1 inkomstenbelasting betalen over de winst die ze genieten.
Deze nieuwe wetgeving gaat naar verwachting in op 1 juli 2010. Het wetsvoorstel ligt thans (we schrijven maart 2010) bij de Eerste Kamer.

Factoren die een rol spelen bij de keuze BV: ja/nee

Zoals gezegd speelt bij de keuze voor de meest optimale ondernemingsvorm een groot aantal factoren een rol. De volgende paragrafen behandelen de 'voors' en 'tegens' van de BV ten opzichte van de eenmanszaak en de VOF. Aan de orde komen achtereenvolgens de juridische, economische en fiscale factoren die de keuze voor een ondernemingsvorm bepalen.

Juridische factoren

Bij de keuze om wel of niet een BV op te richten, spelen juridische factoren een zeer belangrijke, zo niet doorslaggevende rol. Het gaat hierbij om de aansprakelijkheid van de ondernemer voor schulden van de onderneming en de continuïteit van de onderneming.

Aansprakelijkheid algemeen

Bij de keuze voor een ondernemingsvorm is van belang of en in welke mate de ondernemer met zijn (privé)vermogen aansprakelijk is voor schulden van de onderneming.
Zoals eerder opgemerkt is een aandeelhouder van een BV niet aansprakelijk voor de schulden die een BV heeft gemaakt. Het risico dat een aandeelhouder van een BV (waaronder een DGA) loopt, is beperkt tot het bedrag dat hij op de aandelen heeft gestort. Het gestorte kapitaal bedraagt minimaal € 18.000. Deze beperking van de aansprakelijkheid is waarschijnlijk het grootste voordeel van de BV ten opzichte van de eenmanszaak en de vennootschap onder firma.
­
Bij de eenmanszaak bestaat er namelijk geen onderscheid tussen zakelijk en privévermogen. Dit betekent dat de ondernemer voor zakelijke schulden zo nodig ook zijn privévermogen moet aanspreken. Andersom kunnen privéschuldeisers hun vordering ook verhalen op het vermogen dat de ondernemer voor zijn onderneming gebruikt, zoals de bankrekening die hij gebruikt voor zakelijke uitgaven. Wanneer de ondernemer met een eenmanszaak in gemeenschap van goederen getrouwd is, kunnen zakelijke schuldeisers zelfs het vermogen van de huwelijkspartner aanspreken.
­
Een VOF is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen die onder een gezamenlijke naam een onderneming uitoefenen. Er is een scheiding tussen zakelijk en privévermogen. De onderneming wordt alleen met het zakelijke vermogen gedreven. De vennoten van een VOF zijn voor het gehele bedrag (en dus niet naar verhouding van hun inbreng!) aansprakelijk voor eventuele schulden van de VOF. De vennoot die voor het gehele bedrag wordt aangesproken, kan vervolgens regres nemen op de overige vennoten. Dit betekent dat hij een evenredig deel van het betaalde bedrag kan verhalen op de andere vennoten. Zakelijke schuldeisers kunnen ook het privévermogen van de vennoten aanspreken evenals het vermogen van in gemeenschap van goederen getrouwde huwelijkspartners. Let op: privéschuldeisers kunnen niet het (afgescheiden) vermogen van de VOF aanspreken noch het privévermogen van de andere vennoten.
Voorbeeld 1
Piet heeft een fietsenwinkel. De zaken lopen slecht en Piet kan een openstaande rekening van € 4000 bij een fietsenfabriek niet meer betalen. Piet is een fanatiek antiekverzamelaar.
Schets de fiscale gevolgen bij:
  1. een eenmanszaak;
  2. een BV;
  3. een VOF.
Uitwerking
  1. De fietsenfabriek kan de onbetaald gebleven rekening proberen te verhalen op het privévermogen van Piet. Dit kan ertoe leiden dat Piet zijn antiekverzameling moet verkopen om de openstaande rekening te betalen.
  2. Piet is nu DGA van Piet Rijwielhandel BV. De mogelijkheden van de fietsenfabriek om de onbetaalde rekening te verhalen zijn beperkt tot het aandelenkapitaal van de BV. Het privévermogen en daarmee de antiekverzameling van Piet zijn 'veilig'.
  3. Nu wordt de onderneming samen met Jan gedreven in de vorm van een VOF. De fietsenfabriek kan het bedrag van € 4000 verhalen op het gehele vermogen van Jan of Piet. Wanneer Jan de € 4000 betaalt, heeft deze een vordering van € 2000 op Piet (en andersom).
Bedenk dat het voordeel van de beperkte aansprakelijkheid van de BV klein is wanneer de ondernemer over weinig privévermogen beschikt!
Voorbeeld 2
Janine heeft een eenmanszaak waarin € 15.000 'eigen geld' zit en een lening van de bank van € 10 000. Janine is niet getrouwd en heeft behalve een auto van € 5000 geen privévermogen.
Zakelijke schuldeisers kunnen Janine aanspreken tot een bedrag van € 20.000. Zou zij de eenmanszaak omzetten in een BV, dan is de aansprakelijkheid beperkt tot het aandelenkapitaal van de BV. Dit kapitaal moet minimaal € 18.000 zijn. Het verschil is klein omdat Janine behalve haar onderneming over weinig vermogen beschikt.
Er is een wetsvoorstel met nieuwe regels voor 'personenvennootschappen' zoals de VOF. In dit wetsvoorstel kan ook de VOF rechtspersoonlijkheid krijgen. De vennootschap wordt in dat geval zelf eigenaar van bezittingen en schulden en kan zelf contracten afsluiten. De vennoten blijven echter hoofdelijk aansprakelijk. Deze nieuwe regels gaan vermoedelijk in op 1 juli 2010. Het wetsvoorstel ligt thans (maart 2010) bij de Eerste Kamer.

Situaties waarin de DGA wel persoonlijk aansprakelijk is

De DGA is in de regel dus niet aansprakelijk voor de schulden van zijn BV. Er zijn echter gevallen waarin de DGA wel aansprakelijk is. Dit is het geval in de volgende 3 situaties:
  1. in geval van 'kennelijk onbehoorlijk bestuur' van de DGA;
  2. bij schulden in de voorperiode van de BV of wanneer de BV niet ingeschreven is;
  3. door een borgstelling voor een lening van de BV.
­
Ad 1
De DGA is soms wel in privé aansprakelijk voor bepaalde handelingen die hij in de hoedanigheid van directeur van de BV verricht heeft. Dit heet bestuurdersaansprakelijkheid. Er moet wel sprake zijn van 'kennelijk onbehoorlijk bestuur' van de DGA. Denk hierbij aan:
  • het opzettelijk niet betalen van rekeningen van de BV;
  • het zonder goede voorbereiding doen van grote investeringen;
  • het niet of niet-tijdig bij de Belastingdienst melden dat de BV belastingen of premies niet kan betalen.
Praktische aandachtspunten:
  • de DGA kan zich verzekeren tegen het risico van bestuurdersaansprakelijkheid! een dergelijke verzekering dekt bijvoorbeeld de (hoge) adviseurskosten in geval van een aansprakelijkheidsstelling;
  • let op dat de bestuurdersaansprakelijkheid ook geldt voor degene die formeel gezien geen bestuurder is maar zich wel als zodanig gedraagt; deze 'feitelijke bestuurder' kan ook worden aangeklaagd bij 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'.
Let op!
Kennelijk onbehoorlijk bestuur van de DGA kan in bijzondere gevallen ook leiden tot strafrechtelijke vervolging of een procedure tot schadevergoeding bij de burgerlijke rechter.
­
Ad 2
De DGA is bovendien aansprakelijk voor schulden als gevolg van handelingen die een BV verricht in de oprichtingsfase. Deze 'oprichtersaansprakelijkheid' eindigt op het moment dat de eenmaal opgerichte BV de handelingen uit de voorperiode bekrachtigt. Meer hierover in 'De voorperiode van een BV'.
De DGA is ook persoonlijk aansprakelijk als de BV niet staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Bij de oprichting draagt de notaris zorg voor inschrijving in het Handelsregister. Zie hiervoor ook 'Andere verplichtingen'. Let in ieder geval nog wel op het feit dat de oprichter aansprakelijk blijft voor alle handelingen die hij verricht in de periode tussen de oprichting van de BV en de inschrijving van de BV bij de Kamer van Koophandel! Deze aansprakelijkheid wordt niet door de BV overgenomen bij of via de bekrachtiging.
­
Ad 3
Banken verlangen vaak dat de DGA in privé borg staat voor een lening die de BV aangaat. Hierdoor wordt de DGA naast de BV ook persoonlijk aansprakelijk wanneer de BV rente en/of aflossing niet betaalt. Uiteraard is een borgstelling alleen aan de orde wanneer de DGA beschikt over voldoende privévermogen.
Voorbeeld 3
Klaas Mulder is DGA van Klaas Mulder BV. De BV gaat een lening aan bij een bank. Deze bank bedingt dat Klaas zich in privé borg stelt voor een bedrag van € 250.000. De bank kan op deze manier Klaas in privé aanspreken wanneer Klaas Mulder BV de rente en/of aflossingen niet meer kan betalen.
Praktische aandachtspunten:
  • in de praktijk is het mogelijk om met de bank een maximumbedrag af te spreken voor de borgstelling; het gevolg hiervan is wel dat de bank een hogere rente berekent;
  • in verband met deze borgstelling doet de DGA er verstandig aan te trouwen onder huwelijkse voorwaarden om zo te voorkomen dat de bank ook het vermogen van de huwelijkspartner kan aanspreken.

Continuïteit en flexibiliteit van de onderneming

Het voortbestaan van een onderneming (de continuïteit) is vaak erg afhankelijk van de persoon van de ondernemer/directeur. De continuïteit kan in gevaar komen wanneer deze langdurig ziek wordt of komt te overlijden. Bij een BV is de continuïteit van de onderneming goed gewaarborgd omdat in geval van langdurige ziekte (tijdelijk) een andere directeur kan worden aangesteld en in geval van overlijden de aandelen overgaan naar de erfgenamen. In het laatste geval moet uiteraard nog wel de plaats van de directeur worden opgevuld. Bij een eenmanszaak of een VOF heeft langdurige ziekte of overlijden van de ondernemer veel ingrijpender gevolgen en betekent het in veel gevallen het einde van de onderneming.
­
Ook een 'normale' verkoop van de onderneming verloopt meestal probleemloos wanneer de onderneming in de vorm van een BV wordt gedreven. De DGA kan volstaan met het verkopen van zijn aandelen aan een derde. Bij een eenmanszaak of VOF levert een verkoop van een onderneming beduidend meer problemen op in de fiscale sfeer. Bij de eenmanszaak en de VOF kunnen niet de aandelen worden overgedragen, maar moeten in feite alle bezittingen en schulden worden overgedragen. Verwezen wordt naar de dossiers Overdracht van de onderneming en Beëindiging van de onderneming.
Overigens verbetert de continuïteit van een VOF aanzienlijk wanneer de vennoten ervoor kiezen een zogeheten voortzettingsbeding - eventueel aangevuld met een verblijvingsbeding - in het firmacontract op te nemen.

Economische en andere factoren

Reserveren van winst

Een ander groot voordeel van de BV is dat de DGA kan besluiten winst niet meteen (in de vorm van dividend) uit te keren naar privé, maar deze in de BV te laten. Vaak wordt de winst via de zogenoemde deelnemingsvrijstelling belastingvrij doorgesluisd naar een aparte BV (Holding) die los staat van de BV waar de echte onderneming wordt gedreven (de werkmaatschappij). De uitgekeerde winsten kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden voor beleggingen of voor het vormen van een pensioenvoorziening voor de DGA. Meer hierover in het dossier Optimaal gebruik van de BV. De eenmanszaak en de VOF kennen slechts de mogelijkheid om een bedrag ten laste van de winst toe te voegen aan een zogeheten fiscale oudedagsreserve (FOR). Verwezen wordt naar het dossier Oudedagsvoorziening ondernemer.

Administratieve eisen

Als nadeel geldt dat de BV verplicht is om jaarstukken op te maken en deze (gedeeltelijk) openbaar moet maken in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Ook schrijft de wet voor hoe de BV de jaarstukken moet inrichten. De plicht om jaarstukken op te maken en de 'publicatieplicht' brengen de nodige kosten met zich mee. Denk aan kosten van een accountant. Ook is de DGA verplicht aangifte loonbelasting te doen van het salaris dat hij van de BV ontvangt. Dit betekent dat hij een loonadministratie moet voeren, ook wanneer de BV verder geen personeel in dienst heeft. Dit kost extra tijd en geld.
Let op!
Bij een zogenoemde pensioen-BV kan worden volstaan met het deponeren van een accountantsverklaring bij de Kamer van Koophandel.
Er waren plannen om de DGA in de toekomst te vrijwaren van de verplichting om aangifte loonbelasting te doen. Deze plannen staan voorlopig in de ijskast. In plaats daarvan is de loonaangifte voor DGA's vanaf 2010 eenvoudiger gemaakt. Dit is vormgegeven doordat de DGA nu (met ingang van 2010) voor een heel jaar vooruit zijn aangiften loonbelasting kan verzorgen; hij moet ze nog wel per maand betalen.
­
Voor de eenmanszaak en de VOF bestaat er geen publicatieplicht. Het doen van aangifte loonbelasting is alleen aan de orde wanneer de onderneming personeel in dienst heeft. Uiteraard moeten de eenmanszaak en de VOF wel een boekhouding bijhouden om de jaarwinst voor de Belastingdienst te berekenen.

Oprichtingseisen en kosten

Voordeel van een eenmanszaak en een VOF is dat de oprichting ervan vormvrij is. Inschrijving in het Handelsregister is wel verplicht. De vennoten van een VOF dienen een firmacontract op te maken. De oprichting van de BV heeft meer voeten in de aarde (zie Raadpleeg ook de volgende dossiers). Aan de oprichting van de BV zijn bovendien de nodige kosten verbonden. Denk hierbij aan een bedrag van tussen de € 1000 en € 2000.
Let op!
Vanaf 1 juli 2008 zijn ook beoefenaren van vrije beroepen (denk aan artsen, notarissen en advocaten) verplicht zich in het Handelsregister in te schrijven! Deze ondernemers hoeven zelf geen actie te ondernemen, maar worden door de Kamer van Koophandel benaderd.

Overzichtelijkheid

Voordeel van de BV is dat de zakelijke en privéaangelegenheden duidelijk gescheiden zijn. De zakelijke bankrekening (van de BV) is gescheiden van de privébankrekening (van de DGA). Bij de eenmanszaak en de VOF lopen privé en zakelijke aangelegenheden financieel veel meer door elkaar. In dit opzicht is ondernemen met een BV overzichtelijker.

Overig

Een ander voordeel van de BV is dat relatief gemakkelijk vermogen aangetrokken kan worden door de uitgifte van aandelen. Hier staat tegenover dat het minimumkapitaal van € 18.000 soms als een nadeel wordt ervaren. De commerciële uitstraling en de status worden vaak genoemd als pluspunt van een BV.

Fiscale factoren

Naast juridische en economische spelen fiscale factoren een grote rol bij de keuze voor een rechtsvorm. Deze paragraaf gaat in op de fiscale regels die gelden voor enerzijds de BV en anderzijds de eenmanszaak en de VOF.

De fiscale regels voor een eenmanszaak en de VOF

Hierna wordt kort ingegaan op de fiscale regels die gelden voor de eenmanszaak en de VOF. Voor een uitgebreide uitleg zie het dossier Starten van een onderneming.
De winst die wordt behaald met het drijven van een eenmanszaak of een VOF wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting (inkomen uit werk en woning). De inkomstenbelasting kent in box 1 een progressief tarief. Dit betekent dat een belastingplichtige verhoudingsgewijs meer belasting betaalt naarmate zijn inkomen hoger is. De tarieven in box 1 voor het belastingjaar 2010 zijn als volgt:
Tabel I. Tarief box 1 inkomstenbelasting 2010

Schijf

Inkomen (€ )

Tarief

1.

0-18.218

33,45%

2.

18.218-32.738

41,95%

3.

32.738-54.367

42,0%

4.

54.367 of meer

52,0%

Voor ondernemers met een eenmanszaak of een VOF bestaat in de inkomstenbelasting een aantal fiscaal aantrekkelijke faciliteiten. Hieronder volgt een opsomming met een korte beschrijving. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar het dossier Starten van een onderneming.
­
De zelfstandigenaftrek komt in mindering op de winst en levert een belastingvoordeel op van tussen de € 2000 en € 3000. De startersaftrek is een extra aftrek voor startende ondernemers. De MKB-winstvrijstelling geeft een vrijstelling van 12% (2010) van de winst na aftrek van de ondernemersaftrek. Voor ondernemers die zich bezighouden met technisch-wetenschappelijk onderzoek of ontwikkeling van nieuwe producten is er de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Ten slotte levert de stakingsaftrek een fiscaal voordeel op bij het beëindigen van de onderneming.

De fiscale regels voor de DGA en zijn BV

Voor een DGA en zijn BV zijn de fiscale regels ingewikkelder dan voor de eenmanszaak en de VOF. Ingegaan wordt op de winst, het gebruikelijk loon van de DGA en de uitkering van de winst.

De winst en het gebruikelijk loon van de DGA

De winst die een BV maakt wordt jaarlijks belast met vennootschapsbelasting. Het tarief voor de vennootschapsbelasting is in het jaar 2010 als volgt:
Tabel II. Tarief vennootschapsbelasting 2010

Winst (€ )

Tarief

0-200.000

20%

200.000 of meer

25,5%

Op de winst van een BV komt in aftrek het salaris van de DGA. De BV is wettelijk verplicht om de DGA een salaris toe te kennen. De DGA moet dit salaris in zijn aangifte inkomstenbelasting opgeven als inkomen uit werk en woning (box 1 van de inkomstenbelasting). Bedenk dat voor de meewerkende partner in de BV de gebruikelijkloonregeling ook geldt.
­
Winst van de BV
Af: loon van de DGA
--------------------------------------
Winst voor belastingen
Af: vennootschapsbelasting
--------------------------------------
Winst na belastingen
Voorbeeld 4
Karel Kraai is DGA van Karel Kraai BV. De winst van Karel Kraai BV voor aftrek van het salaris van DGA Karel Kraai bedraagt € 100.000. Het aan Karel toe te kennen salaris bedraagt € 40.000.
De fiscale gevolgen van het salaris zijn als volgt:
  • het salaris van Karel is bij Karel Kraai BV aftrekbaar van de winst; de winst bedraagt hierdoor niet € 100.000, maar € 60.000;
  • bij DGA Karel Kraai is het salaris van € 40.000 belast in box 1 van de inkomstenbelasting; zie voor de tarieven tabel I hierboven.
Bij de eenmanszaak en de VOF is er geen sprake van een apart salaris voor de ondernemer/directeur. De winst van de eenmanszaak en de VOF vormt (mede) een beloning voor de arbeid van de ondernemer/directeur.

Hoe hoog moet het salaris van de DGA zijn?

Zoals gezegd is de BV wettelijk verplicht om haar DGA een salaris toe te kennen. De wet geeft ook richtlijnen over de hoogte van dit 'gebruikelijk loon'. De regeling komt hierop neer:
  1. het salaris van de DGA bedraagt minimaal € 41.000 (na aftrek van eventuele inleg in de levensloopregeling);
  2. er mag worden uitgegaan van een lager salaris wanneer de DGA en zijn BV aantonen dat in het economische verkeer een lager salaris gebruikelijk is;
  3. er moet worden uitgegaan van een hoger loon wanneer aannemelijk is dat in het economische verkeer een hoger loon gebruikelijk is. Het salaris wordt dan gesteld op een bedrag dat niet meer dan 30% afwijkt van het loon dat in het maatschappelijke verkeer gebruikelijk is;
  4. het loon van de DGA bedraagt minimaal het loon van de best betaalde andere werknemer, tenzij dit onredelijk is.
Een aantal voorbeelden:
Voorbeeld 5
Kees Kozijn is DGA en enig werknemer van Kees Kozijn BV. Zijn salaris bedraagt € 25.000. Als Kees in loondienst zou werken bij een andere werkgever zou hij € 35.000 kunnen verdienen. Het salaris dat Kees geniet is lager dan het gebruikelijke loon in de markt. De Belastingdienst zal het loon van Kees aanpassen naar een bedrag van € 35.000.
Voorbeeld 6
Marijke Maas is DGA van Maas BV. Haar salaris is € 55.000. In loondienst zou Marieke bij een andere werkgever € 60.000 kunnen verdienen. De Belastingdienst zal het salaris niet corrigeren omdat het salaris dat Marieke van de BV krijgt niet meer dan 30% afwijkt van wat gebruikelijk is.
­
Enkele voorbeelden waarin mag worden afgeweken van het gebruikelijk loon van € 41.000.
  • een DGA die slechts in deeltijd werkt voor zijn BV krijgt een lager salaris.
Voorbeeld 7
Marlies Munnik is DGA van Munnik BV. Marlies werkt slechts één dag in de week voor haar BV. Gedurende vier dagen per week werkt Marlies in loondienst voor een jaarsalaris van € 100.000. De werkzaamheden in loondienst zijn vergelijkbaar met de werkzaamheden die Marlies voor haar BV verricht.
Het gebruikelijk loon bedraagt € 25.000, namelijk ¼ van € 100.000.
  • het gebruikelijk loon van een DGA van een 'passieve BV' bedraagt minder dan het loon van een normale werk-BV; denk bij een passieve BV aan een beleggings-BV of een pensioen-BV.
Voorbeeld 8
Karel Kanjer is DGA van Kanjer BV. Deze BV is een beleggings-BV. Het salaris van Karel uit de BV bedraagt € 5500. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag dat een professionele vermogensbeheerder jaarlijks in rekening brengt voor het beheer van vermogen.
  • ook een BV die structureel, dat wil zeggen gedurende een aantal jaren achtereen, verliesgevend is mag haar DGA een lager gebruikelijk loon toekennen; een min of meer incidentele verliessituatie - waarbij het voortbestaan van de BV niet op het spel staat - is geen reden voor een lager gebruikelijk loon.
Praktische aandachtspunten:
  • door de verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting is het nu meer dan vroeger vrij snel aantrekkelijker om de DGA dividend uit te keren in plaats van salaris toe te kennen; de DGA en zijn BV doen er verstandig aan het gebruikelijk loon zo laag vast te stellen als wettelijk mogelijk is;
  • het kan verstandig zijn om de Belastingdienst te vragen om vooraf een standpunt in te nemen over de hoogte van het gebruikelijk loon.

De DGA en BTW

Door een uitspraak van het Europese Hof van Justitie is er een einde gekomen aan het BTW-ondernemerschap van de DGA. Hieronder een kort overzicht van de praktische gevolgen.
­
De periode 2002-2007
In 2002 besliste de Hoge Raad dat de DGA die meer dan 50% van de aandelen in zijn BV bezit en salaris ontvangt van deze BV, ondernemer is voor de omzetbelasting (BTW). Dit betekende in praktijk dat de DGA bij de Belastingdienst een BTW-nummer moest aanvragen en voor zijn salaris aan zijn BV een factuur moest uitreiken vermeerderd met BTW. De aan hem in rekening gebrachte BTW (de 'voorbelasting') kon de DGA terugvragen. De DGA moest per kwartaal of maandelijks aangifte omzetbelasting doen bij de Belastingdienst.
­
De periode vanaf 18 oktober 2007
Dankzij het Europese Hof van Justitie is er op 18 oktober 2007 een einde gekomen aan het BTW-ondernemerschap van de DGA. Een DGA is volgens het Hof geen BTW-ondernemer voor werk dat hij in loondienst verricht voor zijn BV. De beslissing van het Hof heeft geen terugwerkende kracht. Dit betekent dat de DGA ondernemer is geweest in de periode tussen 26 april 2002 en 18 oktober 2007.
­
Praktische gevolgen van het einde van de BTW-ondernemerschap
De DGA hoeft vanaf 18 oktober 2007 geen BTW meer te berekenen over het salaris dat hij van zijn BV ontvangt. Hier staat tegenover dat hij de BTW op kosten en investeringen niet meer in aftrek kan brengen. De DGA kan geen deel meer uitmaken van een fiscale eenheid omzetbelasting.
De DGA is BTW verschuldigd over investeringen (denk aan pc's, auto's) die hij als bedrijfsvermogen heeft aangemerkt. Het einde van het BTW-ondernemerschap kan hierdoor vervelend uitpakken voor de DGA die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de BTW op zijn woonbedrijfspand volledig in aftrek te brengen. Hij moet deze afgetrokken BTW volgens de Staatssecretaris van Financiën in één keer aangegeven en terugbetalen!
Voorbeeld 9
Peter is DGA van Peter Advocaten BV. Op 1 januari 2006 heeft Peter als DGA een woning aangeschaft voor een bedrag van € 500 000 (waarvan € 79 831 BTW). Op 18 oktober 2007 is de woning € 600 000 waard (waarvan € 95 738 BTW). De Staatssecretaris van Financiën heeft goedgekeurd dat bij de berekening van de terugbetaling uitgegaan mag worden van de aankoopprijs, in dit geval dus € 500 000. Dit betekent dat Peter 'slechts' € 63 864 (namelijk 8 jaar / 10 jaar x € 79 831) hoeft terug te betalen in plaats van € 76 638 (8 jaar / 10 jaar x € 95 798).
Praktische aandachtspunten:
  • herziening kan achterwege blijven wanneer de DGA de bedrijfsmiddelen voor 1 april 2008 doorlevert aan zijn BV; dit heeft tot gevolg dat de BV in de toekomst BTW moet voldoen over het privégebruik van de goederen over 2008 en de volgende jaren;
  • in bepaalde gevallen is de DGA wel ondernemer voor de omzetbelasting; denk bijvoorbeeld aan de DGA die een opslagloods verhuurt aan zijn BV die de BV gebruikt voor het opslaan van voorraad;
  • er is nog veel onduidelijkheid over de gevolgen van het plotselinge einde van het BTW-ondernemerschap van de DGA; het is wachten op een nieuw besluit van de staatssecretaris waarin meer duidelijkheid wordt gegeven; er lopen ook nog verscheidene juridische procedures over dit onderwerp.

Verschillen kort samengevat

Tabel III. Samenvattend overzicht

Eenmanszaak en VOF

Winst verminderd met vrijstellingen (o.a. MKB-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek) belast in box 1 inkomstenbelasting (33,45%-52%, let evenwel op effect van de MKB-winstvrijstelling, waardoor de relevante tarieven 88% van 33,45% - 52% worden).

Dga en zijn BV

Winst na aftrek van loon DGA bij de BV belast in vennootschapsbelasting (20-25,5%)

Loon bij DGA belast in box 1 inkomstenbelasting (33,45-52%)

Resterende winst bij DGA belast in box 2 van de inkomstenbelasting op het moment van uitkeren (25%). De BV houdt op de winstuitkering dividendbelasting in. De winst kan direct uitgekeerd worden of worden gereserveerd. In het laatste geval wordt heffing in box 2 uitgesteld tot het moment waarop de winst wordt uitgekeerd naar de DGA in privé, de aandelen van de BV worden verkocht of de BV wordt ontbonden.

Andere relevante fiscale verschillen

Voor de volledigheid behandelt deze paragraaf andere fiscale verschillen waarmee rekening moet worden gehouden bij de keuze voor de BV of de eenmanszaak/VOF.
  • de startende ondernemer heeft in de inkomstenbelasting - naast de gewone zelfstandigenaftrek - recht op de zogenoemde startersaftrek; de DGA en zijn BV kunnen hiervan geen gebruikmaken;
  • voor de ondernemer met een eenmanszaak of een VOF bestaan er in de inkomstenbelasting aantrekkelijke regelingen om zijn partner in de onderneming te laten meedraaien; het gaat om de meewerkaftrek, de reële arbeidsbeloning en de man-vrouwfirma (zie dossier Starten van een onderneming); voor de DGA bestaat alleen de mogelijkheid om zijn partner een salaris uit te keren; voordeel is wel dat de DGA meer vrijheid heeft bij het bepalen van het loon van zijn partner; voor de meewerkende partner van iemand met een aanmerkelijk belang in de BV (5% of meer van de aandelen) gelden ook de regels van het gebruikelijke loon;
  • de DGA beschikt over veel verschillende mogelijkheden om op een belastingtechnisch aantrekkelijke manier pensioen op te bouwen; de mogelijkheden van een ondernemer met een eenmanszaak en een VOF zijn veel beperkter, zie de dossiers Oudedagsvoorziening voor de ondernemer en Oudedagsreserve (FOR);
  • zoals gezegd bestaat bij de BV de mogelijkheid om de behaalde winst niet uit te keren maar te gebruiken voor andere doeleinden; een BV kan daarmee extra interessant zijn voor ondernemers die (in de eerste jaren van het ondernemerschap) veel willen investeren.
Voorbeeld 10
Lamp BV behaalt in 2010 een winst van € 200.000. Piet heeft als DGA geen behoefte aan een winstuitkering en besluit als directeur en enig aandeelhouder van de BV alle winst die resteert na het loon en belastingen te investeren in nieuwe productiecapaciteit. Het gebruikelijk loon bedraagt € 41.000.
De winst na aftrek van het salaris van Piet bedraagt € 159.000. Rekening houdend met een vennootschapsbelastingtarief van 20% is de winst na belastingen ongeveer € 127.200, te weten 80% van € 159.000.
De gevolgen zijn als volgt wanneer Piet een eenmanszaak zou hebben. Piet heeft in dat geval niet de mogelijkheid winst te reserveren. De winst van € 200.000 wordt belast tegen ongeveer 88% van 50% inkomstenbelasting (de ondernemersaftrekken blijven hier buiten beschouwing en alleen de MKB-winstvrijstelling van 12% is toegepast). Blijft na belastingen over een bedrag van ongeveer € 112.000. Rekening houdend met een bedrag van € 41.000 dat Piet nodig heeft om van te leven (dit bedrag komt overeen met het salaris dat Piet als DGA zou ontvangen van zijn BV) blijft er € 71.000 over om meteen te investeren.
Conclusie: de BV verschaft Piet beduidend meer geld om op korte termijn te investeren.
  • bij een BV is de mogelijkheid van verliesverrekening beperkt; wanneer een verliesgevende BV wordt opgeheven vervalt namelijk de mogelijkheid verlies te verrekenen; bij een eenmanszaak bestaat de mogelijkheid ondernemingsverliezen in de toekomst te compenseren met positieve resultaten in box 1 zoals loon of pensioenuitkeringen.

Welke optie is fiscaal het aantrekkelijkst?

Hiervoor is ingegaan op de verschillende fiscale regels die gelden voor de BV en de VOF en eenmanszaak. Rekening houdend met alle fiscaal relevante factoren lijkt het winstniveau waarbij de BV fiscaal aantrekkelijker is dan de eenmanszaak en de VOF in de praktijk ergens te liggen tussen € 100.000 en € 150.000. Dit winstniveau wordt ook wel het omslagpunt genoemd. Bedacht moet worden dat het omslagpunt met name afhankelijk is van het winstniveau van de onderneming en de behoefte aan besteedbaar inkomen van de ondernemer.

Conclusies

Bij de keuze voor een rechtsvorm spelen veel factoren een rol. Het antwoord op de vraag naar de aantrekkelijkste ondernemingsvorm is dus altijd afhankelijk van de specifieke situatie waarin de (startende) ondernemer verkeert. Zie de checklist Voor- en nadelen BV om te beoordelen welke ondernemingsvorm voor hem het aantrekkelijkst is.

Oprichting van de BV

In dit gedeelte van het dossier staat centraal de oprichting van een nieuwe onderneming in de vorm van een BV. Deze situatie verschilt wezenlijk van de inbreng van een bestaande onderneming in een nieuw op te richten BV. De problematiek die hiermee samenhangt wordt behandeld in het dossier Omzetting onderneming in BV.

Oprichtingsakte en verklaring van geen bezwaar

Voor de oprichting van een BV geldt een viertal eisen:
  1. oprichtingshandeling;
  2. oprichtingsakte;
  3. verklaring van geen bezwaar en verklaring bij storting op aandelen;
  4. deelname in het kapitaal van de BV.

Ad 1 en 2. Oprichtingshandeling en oprichtingsakte

Voor de oprichting van een BV is een oprichtingsakte vereist. Hiervoor moet een bezoek aan de notaris worden gebracht. Een oprichtingsakte van een BV bevat onder meer:
  1. de verklaring van de oprichter dat hij een BV wil oprichten (oprichtingshandeling);
  2. de statuten van de BV;
  3. het bedrag van het geplaatste aandelenkapitaal en het gestorte aandelenkapitaal, eventueel uitgesplitst naar soort bij verschillende soorten aandelen;
  4. de gegevens van de oprichters die aandelen krijgen en van de eerste bestuurders.
De statuten vormen als het ware de huishoudelijke regels van de BV. De statuten van de BV moeten de volgende elementen bevatten:
  • de naam van de vennootschap: de naam moet altijd beginnen of eindigen met 'BV' of 'besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid'; in de naam mag geen buitenlandse rechtspersoon worden verwerkt; het is verboden om een naam te gebruiken die al door een andere onderneming wordt gebruikt of een naam die veel hierop lijkt; dit om verwarring bij het publiek te voorkomen; voor de zekerheid kan de Kamer van Koophandel een landelijk handelsnaamonderzoek uitvoeren; hieraan zijn kosten verbonden.
Voorbeeld 11
De naam 'Bookshop Incorporated BV' is verboden omdat deze naam suggereert dat het niet om een Nederlandse BV gaat.
  • de plaats van vestiging (de zetel): deze moet in Nederland zijn gelegen;
  • het doel van de vennootschap: het doel van de vennootschap moet in ieder geval zijn 'deelname aan het economische verkeer'; bij een Holding is het doel 'beheeractiviteiten'; een zogeheten pensioen-BV heeft als doel het opbouwen van een pensioenvoorziening voor de DGA; verder moet een omschrijving worden gegeven van de sector waarin de onderneming werkzaam wil zijn; het verdient aanbeveling het doel zo ruim mogelijk te omschrijven om een eventuele latere statutenwijziging te voorkomen;
  • het bedrag van het zogenoemde maatschappelijk aandelenkapitaal, het aantal aandelen en de waarde ervan: het gestorte kapitaal bedraagt minimaal € 18.000; vaak wordt het kapitaal verdeeld in aandelen van € 100; bedenk dat kleinere coupures in verband met de latere verhandelbaarheid wellicht handiger zijn;
  • een blokkeringsregeling: de aandeelhouder die zijn aandelen wil verkopen moet deze op grond van een blokkeringsregeling eerst aanbieden aan zijn mede-aandeelhouders (aanbiedingsregeling) dan wel toestemming vragen aan een aangewezen orgaan, meestal de AVA (goedkeuringsregeling); de verplichte blokkeringsregeling garandeert het besloten karakter van de BV en voorkomt dat de aandelen vrij worden verhandeld;
  • de manier waarop in de bestuurstaak wordt voorzien bij afwezigheid van de bestuurders.
Verder kunnen de statuten meer gegevens bevatten zoals het boekjaar van de BV. De notaris kan hierover meer vertellen.
­
­Flexwet BV
Er is een kans dat per 1 juli 2010 de zogenaamde flexwet BV ingaat. Dat betekent dan dat we een flexibel BV recht krijgen en voor de praktijk dat er extra aandacht aan de statuten moet worden besteed, gezien de ruimere mogelijkheden die er dan komen.

Ad 3. Verklaring van geen bezwaar en verklaring bij storting op aandelen

De oprichtingsakte kan pas worden getekend wanneer:
  • het Ministerie van Justitie tegen de oprichting geen bezwaar heeft; het ministerie bekijkt onder meer of de oprichter en toekomstig bestuurder in de laatste acht jaar betrokken is geweest bij vermogensdelicten en faillissementen; de notaris vraagt de zogenoemde 'verklaring van geen bezwaar' aan bij het ministerie; de notaris gebruikt hiervoor standaardformulieren van het Ministerie van Justitie; dit duurt normaalgesproken enkele dagen (48 uur);
  • de bank een bankverklaring heeft afgegeven wanneer de aandelen van de BV in geld worden volgestort; de verklaring houdt - kort gezegd - in dat het te storten kapitaal ter beschikking van de BV staat;
  • een inbrengbeschrijving en een accountantsverklaring beschikbaar zijn in het geval de aandelen worden volgestort in natura; een voorbeeld hiervan is de inbreng van een bedrijfspand; de inbrengbeschrijving en de accountantsverklaring bevestigen dat de waarde van de inbreng in natura minimaal gelijk is aan het op de aandelen te storten bedrag; deze inbrengbeschrijving is vijf maanden geldig.
In de tussentijd moet de oprichter contact opnemen met de bank voor het openen van een bankrekening voor de BV. Vaak verlangt de bank dat de BV i.o. staat ingeschreven in het Handelsregister dan wel een verklaring van de notaris dat de oprichting in behandeling is.
Na ontvangst van de 'verklaring van geen bezwaar', de bankverklaring en/of de inbrengbeschrijving en de accountantsverklaring, kan de oprichtingsakte worden getekend. Dit moet plaatsvinden binnen drie maanden nadat de verklaring van geen bezwaar is verleend. Gebeurt dit niet, dan moet opnieuw een verklaring van geen bezwaar worden aangevraagd.

Ad 4. Deelname in het kapitaal van de BV

Het minimumbedrag dat bij oprichting op de aandelen dient te worden gestort is € 18.000. Zoals gezegd hoeft de storting niet in geld, maar kan deze ook in natura. Van een storting in natura is sprake bij de inbreng van een bestaande onderneming in de BV. Zie hiervoor het dossier Omzetting onderneming in BV. Het doel van de storting van het minimumkapitaal van € 18.000 is om de BV een basiskapitaal te verschaffen. Dit kapitaal vormt een bescherming voor schuldeisers van de BV. Zonder storting van het minimumkapitaal is de oprichter/DGA persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van de BV.
­
Praktisch aandachtspunt:
  • in de praktijk komt het regelmatig voor dat de oprichter/DGA het op het aandelen gestorte bedrag onmiddellijk terugleent van zijn BV; let op dat deze manier van handelen kan leiden tot aansprakelijkheid van de oprichter/DGA bij een eventueel faillissement van de BV!
Wanneer geen sprake is van een zakelijke lening tussen de DGA en de BV spreken we van een kasrondje. Bij een eventueel later faillissement zal de curator het standpunt innemen dat nooit een storting heeft plaatsgevonden. Dit leidt ertoe dat de oprichter persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van de BV.
Om deze aansprakelijkheid te voorkomen dient de lening een duidelijk zakelijk karakter te hebben. Praktisch betekent dit dat de rente niet te veel mag afwijken van de marktrente en dat er daadwerkelijk rente en aflossing moet worden betaald.
Let op!
Er is een wetsvoorstel dat de oprichting van een BV eenvoudiger moet maken, de hiervoor genoemde flexwet BV, die wellicht per 1 juli 2010 ingaat. Het voorstel ligt thans bij de Eerste Kamer. In dit wetsvoorstel worden onder meer de volgende onderwerpen geregeld:
  • meer mogelijkheden om in de statuten af te wijken van bepalingen in de wet;
  • afschaffing van het minimum startkapitaal van € 18.000, de verplichte blokkeringsregeling, de bankverklaring en accountantsverklaring bij inbreng in natura.
Het wetsvoorstel moet ervoor zorgen dat kleinere en startende ondernemers makkelijker kunnen kiezen voor de BV. De exacte ingangsdatum van de nieuwe wetgeving is nog niet bekend, maar het zou 1 juli 2010 kunnen worden.

De voorperiode van een BV

De BV wordt zoals gezegd opgericht door de notariële akte van oprichting. Het komt vaak voor dat er voor de oprichting al activiteiten plaatsvinden De oprichter verricht vooruitlopend op de oprichting van de BV-handelingen namens de op te richten BV. De periode waarin deze handelingen worden verricht maar de BV nog niet formeel is opgericht heet de voorperiode. In het begin van de voorperiode maakt de oprichter een voorovereenkomst op waarin is vastgelegd dat de winst van de onderneming gedurende de voorperiode voor rekening en risico komt van de op te richten BV.
­
De oprichter van de BV is persoonlijk aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit handelingen van de BV tijdens de voorperiode. Deze persoonlijke aansprakelijkheid wordt beëindigd wanneer de BV de rechtshandelingen van de BV in oprichting heeft bekrachtigd. De notaris kan hiervoor een speciale 'bekrachtigingsakte' opmaken. Tijdens de voorperiode spreken we van een BV in oprichting. Een dergelijke BV is te herkennen aan de toevoeging 'i.o.' ('in oprichting') aan de naam van de vennootschap. Meer over de voorperiode in het dossier Omzetting onderneming in BV.
Let op!
Handelingen die verricht worden in de periode tussen oprichting van de BV en inschrijving van de BV bij de Kamer van Koophandel vallen niet onder de bekrachtiging. De oprichter blijft voor handelingen in deze perioden persoonlijk aansprakelijk. Dus in deze periode bijvoorbeeld geen (duur)overeenkomsten sluiten!

Andere verplichtingen

Een BV moet ingeschreven worden in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. De notaris draagt hiervoor zorg. Een BV met slechts één aandeelhouder (DGA) moet van dit feit en van de identiteit van de enig aandeelhouder opgave doen in het Handelsregister. De informatie uit het Handelsregister is openbaar. Na inschrijving in het Handelsregister kan iedereen dus kennis nemen van de statuten van de vennootschap en nagaan wie de directeuren en eventuele commissarissen zijn.
­
Praktische aandachtspunten:
  • zolang de BV nog niet is ingeschreven, is de DGA persoonlijk aansprakelijk voor schulden die de BV maakt! let op de periode tussen oprichting van de BV en inschrijving van de BV;
  • ook een BV i.o. die actief is in het economische verkeer moet worden ingeschreven in het Handelsregister; hiervoor is nodig dat de notaris een verklaring afgeeft dat hij belast is met de oprichting van de BV;
  • iedere relevante verandering moet worden doorgegeven aan het Handelsregister!
In de praktijk draagt de notaris zorg voor de inschrijving in het Handelsregister. Wanneer alle aandelen van de BV in handen zijn van één aandeelhouder, moet dat in het Handelsregister worden vermeld. Bij de DGA zal dit vaak het geval zijn.
­
De BV dient ook aangemeld te worden bij de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft hiervoor een standaardformulier beschikbaar, het formulier 'opgaaf gegevens startende onderneming'. De startende BV krijgt dit formulier automatisch toegestuurd.
­
Uiteraard moeten ook overeenkomsten worden opgemaakt, zoals de arbeidsovereenkomst tussen de BV en zijn DGA en een rekening-courantovereenkomst.

Raadpleeg ook de volgende dossiers

Dit dossier heeft direct raakvlakken met de volgende andere dossiers:

Verder lezen

Meer informatie over dit onderwerp is te vinden in de volgende bronnen:
Wetsartikelen
  • Titel 5 en 6 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (art. 2:175 t/m 2:304 BW);
  • Art. 12a Wet LB 1964 (gebruikelijk loon), art. 4.6 (het begrip 'aanmerkelijk belang'), art. 3.76 (zelfstandigenaftrek en startersaftrek), art. 3.77 (S&O-aftrek), art. 3.78 (meewerkaftrek) en art. 3.79 (stakingsaftrek).
Literatuur
  • E.J.W. Heithuis, De directeur-grootaandeelhouder in fiscaal perspectief, Kluwer;
  • R.J. Meijer, De financiële planning van de DGA, Kluwer;
  • L.G.M. Stevens, Elementair belastingrecht voor economen en bedrijfsjuristen, Kluwer;
  • E. Wasch, BV!? Waarom, wanneer, Kluwer.

Inhoud van dit dossier


Direct inloggen

E-mailadres:
Wachtwoord:
Opslaan

Wachtwoord vergeten?
Registreer u nu!