BUA gedeeltelijk in strijd met Europees recht
Prejudiciële vragen
Zowel de Hoge Raad als het Hof Amsterdam hebben in 2008 en 2009 prejudiciële vragen gesteld over de toelaatbaarheid van het BUA.
De zaak voor de Hoge Raad heeft betrekking op een holding bv die enkele personenauto's koopt. De bij de aanschaf van de auto's in rekening gebrachte btw wordt in aftrek gebracht. De holding houdt de auto's telkens voor een beperkte periode aan en verkoopt ze na verloop daarvan weer door, waarbij zij btw in rekening brengt en op aangifte voldoet. De inspecteur corrigeert de btw-aftrek. Hof Amsterdam overweegt dat de holding de auto's voor zakelijke doeleinden heeft gebruikt en dat het haar daarom vrijstond de auto's te behandelen als goederen van de onderneming.
Aftrekbeperking privé-gebruik auto
Vervolgens beslist het hof dat de auto's ook voor privédoeleinden van de voor de holding in dienstbetrekking werkzame directeur zijn gebruikt en dat daarom de aftrek volgens het BUA beperkt is. Het hof handhaaft de naheffingsaanslag. De Hoge Raad (nr. 43185) stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EG (HvJ EG). De Hoge Raad vraagt zich ondermeer af of het BUA, voor wat betreft het gebruik van ondernemingsgoederen (auto's) door personeel voor privévervoer, wel verenigbaar is met de Zesde btw-richtlijn.
Diverse BUA-correcties
Hof Amsterdam (nr. 07/00782) moet een beslissing nemen in het hoger beroep van Oracle Nederland bv. Rekening houdend met de aftrekuitsluiting volgens het BUA, past Oracle correcties toe in haar btw-aangifte van mei 2005 over de voorbelasting met betrekking tot leaseauto's, eigen auto's, mobiele telefoons, catering, entertainment, huisvesting en relatiegeschenken. Volgens Oracle is de toepassing van het BUA over het verstrekken van deze goederen en diensten aan het personeel echter in strijd met de Zesde btw-richtlijn. Het hof vraagt zich af of Nederland wel heeft voldaan aan de voorwaarde, dat een categorie van voldoende bepaalde goederen en diensten moet worden aangewezen en stelt daarom prejudiciële vragen aan het HvJ EG.
Gezamenlijke conclusie
AG Mengozzi heeft op verzoek van hof Amsterdam, beide zaken samengevoegd en nu een gezamenlijke conclusie uitgebacht. In zijn conclusie geeft hij aan wanneer een lidstaat wel en wanneer een lidstaat niet heeft voldaan aan de voorwaarden voor uitsluiting van de btw-aftrek met betrekking tot categorieën van uitgaven.
Aftrekuitsluiting in overeenstemming met Europees recht
Lidstaten mogen bepaalde goederen en diensten van aftrek uitsluiten, maar dan moeten de aftrekuitsluitingen wel voldoende specifiek zijn. Uitsluiting van aftrek is toegestaan als deze is gebaseerd op de aard van het goed of de dienst. Het BUA voldoet aan het Europese recht voor wat betreft de volgende categorieën van uitgaven:
- 'het aan het personeel van de werkgever gelegenheid geven tot privévervoer',
- 'het verstrekken van spijzen en dranken aan het personeel van de werkgever',
- 'het aan het personeel van de werkgever verlenen van huisvesting',
Aftrekuitsluiting in strijd met Europees recht
De aftrekuitsluiting voor het geven van gelegenheid tot ontspanning aan het personeel en het geven van relatiegeschenken of andere giften is wel in strijd met het Europese recht.
De AG adviseert het Europese Hof van Justitie zijn conclusie over te nemen.
Gepubliceerd
4 februari 2010Laatst gewijzigd
4 februari 2010, 7:46 uurRubriek
Onderwerpen
Administratie- en factuurvereisten
BTW-systematiek
Speciale regelingen btw
Btw-tarieven en -vrijstellingen
Belaste prestaties
Opinie
Start en einde btw-ondernemerschap
Machiel van DrielDe btw is voortdurend in beweging. Zonder al te veel moeite kun je wekelijks schrijven over belevenissen in btw-land. Enkele onderwerpen wil ik behandelen op het Symposium van Plein+ op 1 oktober 2009. Twee onderwerpen die voor uw praktijk herkenbaar moeten zijn.
De BTW-perikelen van een eenmansondernemer
Machiel van DrielHet BTW-leven van een ondernemer begint vaak al eerder dan men denkt. Niet het daadwerkelijk verkrijgen van het BTW-nummer is de start, maar de allereerste investeringshandeling. Maar welke investeringshandeling leidt nu wel en niet tot BTW-ondernemerschap en wat zijn de gevolgen hiervan?
Video
Alleen voor leden
Verdieping
-
Wanneer moet dividendbelasting worden betaald?
Een goed draaiende vennootschap zal zo eens in de zoveel tijd haar aandeelhouders willen verblijden met een dividenduitkering. Eén van de vragen die dan opdoemt, is wanneer de vennootschap dan (uiterlijk) de afdracht van de verschuldigde dividendbelasting moet hebben gedaan.
Achtergrondartikel | Plein+
-
Oprichting van de BV
Dit dossier behandelt alle aspecten die een rol spelen bij de keuze om wel of niet te gaan ondernemen met een BV. Daarna wordt uitgebreid ingegaan op de oprichting van de BV.
Dossier | Fiscaal+
-
Omzetting onderneming in BV
In dit dossier wordt uitgebreid ingegaan op de twee manieren (ruisende en geruisloze inbreng) om een bestaande onderneming in te brengen in de BV.
Dossier | Fiscaal+
-
Duidelijkheid over verlaagde btw-tarief onderhoud woningen
31 augustus 2010 -
Vijf vragen over de werkkostenregeling
27 augustus 2010 -
Overzicht 14 pensioenfondsen die mogelijk moeten korten
27 augustus 2010 -
'Belangenorganisaties zzp'ers moeten protesteren tegen...
25 augustus 2010 -
Nieuw besluit goed koopmansgebruik en vorming voorziening
25 augustus 2010

Fiscaal+
RSS
Artikel afdrukken
Artikel delen
Artikel doorsturen

