Fiscaal partnerschap en het recht op dertig jaar hypotheekrenteaftrek

Minister De Jager van Financiën heeft geantwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Bashir (SP) over het recht op dertig jaar hypotheekrenteaftrek. De minister stelt dat de dertigjaarstermijn is opgenomen binnen de eigenwoningregeling en dat binnen die regeling de aanwezigheid van een eigenwoningschuld (EWS) bepalend is voor het recht op renteaftrek.

Als een belastingplichtige een EWS heeft, dan loopt bij hem de dertigjaarstermijn. Wanneer partners per jaar afwisselend de belastbare inkomsten uit eigen woning in aanmerking nemen, leidt dit niet tot 60 jaar renteaftrek. Voor beide partners start de termijn bij aankoop van de woning en het aangaan van de EWS en eindigt 30 jaar later.

Artikel 'zestig jaar hypotheekrenteaftrek'


De vragen over het recht op 30 jaar hypotheekrenteaftrek zijn gesteld naar aanleiding van het artikel 'zestig jaar hypotheekrenteaftrek'. In het artikel schetst de auteur een aantal situaties waarin het denkbaar is dat samenwonenden meer dan 30 jaar renteaftrek kunnen genieten.

Toerekening inkomensbestanddelen


De minister antwoordt dat de toerekening van inkomensbestanddelen tussen partners geen gevolgen heeft voor de 30 jaarstermijn. Eerst nadat op individueel niveau, met inachtneming van de rente over de EWS, de (negatieve) belastbare inkomsten uit eigen woning zijn bepaald, komt de toerekening van deze inkomsten tussen partners aan de orde.

Recht op hypotheekrenteaftrek


Tweede Kamerlid Bashir vraagt zich af hoe het zit met de 30 jaarstermijn als een gehuwd stel vijftien jaar na 1 januari 2001 uit elkaar gaat terwijl alleen de man tot dan toe de rente afgetrokken heeft. Heeft de vrouw dan nog steeds dertig jaar renteaftrek of wordt zij ook geacht indirect renteaftrek genoten te hebben? ­De minister geeft aan dat het recht op renteaftrek binnen de eigenwoningregeling bepalend is voor de 30 jaarstermijn. Hoe dit recht vervolgens via de toerekeningsregels geëffectueerd wordt, is daarbij niet relevant.

Maximaal 30 jaar renteaftrek


Met betrekking tot een EWS kan maximaal 30 jaar renteaftrek worden verkregen. In het gegeven voorbeeld gaat het om een gehuwd stel dat kennelijk gezamenlijk een eigen woning en EWS heeft. In die situatie geldt voor beide partners dat zij gedurende het huwelijk recht hadden op renteaftrek binnen de eigenwoningregeling. Voor beide partners is op 1 januari 2016 van de 30 jaarstermijn een periode van 15 jaar verstreken. Voor zowel de vrouw als de man resteert nog 15 jaar renteaftrek.

Keuze voor fiscaal partnerschap


Maar, zo vraagt Tweede Kamerlid Bashir zich af, hoe zit het dan als een stel vijftien jaar na 1 januari 2001 een fiscaal partnerschap aangaat dan wel gaat trouwen, terwijl de man in die periode al gebruik heeft gemaakt van hypotheekrenteaftrek en de vrouw dat nog niet heeft gedaan? Heeft dit stel nog recht op vijftien jaar hypotheekrenteaftrek of dertig jaar hypotheekrenteaftrek of het gemiddelde hiervan?

Gezamenlijke eigenwoningschuld


In het gegeven voorbeeld hangt het volgens de minister af van de vraag bij wie er in de periode tot 1 januari 2016 sprake was van een EWS. Als men in die periode samenwoonde en gezamenlijk een EWS had en daar door de wijziging per 1 januari 2016 geen verandering in komt, is het aangaan van het fiscaal partnerschap of het huwelijk niet relevant. Voor beide personen is op 1 januari 2016 van de 30 jaarstermijn een periode van 15 jaar verstreken. Als de wijziging per 2016 met zich meebrengt dat er bij een of beide partners een EWS ontstaat of niet langer aanwezig is, is dat wel bepalend voor de 30 jaarstermijn.

Eigenwoningschuld is bepalend


Zoals aangegeven is de aanwezigheid van een EWS immers bepalend voor het lopen van de 30 jaarstermijn. Daarbij wordt nog opgemerkt dat als de renteaftrek van bijvoorbeeld de man vervalt vanwege het verstrijken van de 30 jaarstermijn, de vrouw de niet-aftrekbare rente van de man niet via de toerekeningsregels alsnog in de aftreksfeer kan brengen
[ Bron: Redactie Plein+ ]

Gepubliceerd

19 maart 2010

Laatst gewijzigd

19 maart 2010, 10:21 uur

Rubriek

Onderwerpen


Opinie

Verruiming vrijstelling overdrachtsbelasting bij aankoop rijksmonument

Mient Klooster

Naar aanleiding van een uitspraak van Hof Den Haag heeft de staatssecretaris het beleid rond de toepassing van de monumentenvrijstelling verruimd. Wat verandert er voor de verkrijgers van monumenten?

Geen overdrachtsbelasting bij aankoop monument?

Mient Klooster

Een particulier die een monument koopt en geleverd krijgt, moet over de koopsom overdrachtsbelasting betalen. De belasting bedraagt 6% van de koopprijs. Is er voor de particulier toch een mogelijkheid om de overdrachtsbelasting te omzeilen?

Klussen met geleend geld

Dick van den Hoeven

Overal om ons heen horen we dat de crisis kan worden bezworen door geplande uitgaven ‘naar voren te halen’, om te voorkomen dat de economie tot stilstand komt. Misschien brengt dat u op het idee om dat ook op particuliere schaal te doen.

Video

In samenwerking met:

Alleen voor leden Verdieping
Shop

Financiële Planning en de eigen woning

Drs. J.E. van den Berg, Drs. C.J.J.M. Kock, C.H. Bartels

WOZ: naar waarde belast

mr. J.G.E. Gieskes en ir. R.M. Kathmann

Eigen woning en fiscus

mw. C.W.P. Wapperom, mr. J.G.S. Warmerdam en mw. M.B. Boskemper

Wet waardering onroerende zaken

mr.dr. W.G. van den Ban

Stellingen

Moet belastingvrijstelling van de groene auto blijven?