Samenloop integratieheffing en verhuur bedrijfspand aan twee huurders

Een ondernemer verhuurt een mediacomplex aan twee huurders. Een van de huurders voldoet niet aan de 90%-eis zodat maar gedeeltelijk sprake is van belaste verhuur. De ondernemer heeft daarom ook maar een deel van de omzetbelasting over een zogeheten 3-1-h-levering (integratieheffing) in aftrek gebracht. Hof Amsterdam gaat hiermee akkoord, omdat de twee huurders niet gezamenlijk als één huurder van het bedrijfsgebouw hoeven te worden aangemerkt.

Nieuw vervaardigde onroerende zaak (integratieheffing)


Voorafgaand aan de verhuur is het complex door de ondernemer aangekocht van de gemeente en ingrijpend verbouwd. Door de verbouwing is een nieuw vervaardigd onroerende zaak ontstaan. De levering vindt plaats bij de eerste ingebruikname op 1 juli 2005.

Twee huurders


De ene huurder, A, verricht (vrijwel) uitsluitend van omzetbelasting vrijgestelde prestaties, de andere huurder, B, verricht belaste prestaties. Een deel van de ruimten in het complex is uitsluitend door A in gebruik, een deel uitsluitend door B en een deel gebruiken zij gezamenlijk. In een addendum op de huurovereenkomsten nemen verhuurder en huurders op dat de ondernemer het complex aan A en B gezamenlijk verhuurt.

Vrijgestelde verhuur


Volgens de inspecteur moeten A en B gezamenlijk als één huurder worden aangemerkt. Hierdoor wordt niet voldaan aan de 90%-eis en kan de verhuur aan B niet belast met btw plaatsvinden. De ondernemer heeft dan ook onterecht een deel van de btw over de 3-1-h-levering in aftrek gebracht. Als rechtbank Haarlem het beroep van de ondernemer ongegrond verklaart gaat hij in hoger beroep.

Niet één huurder


Het hof is het met de rechtbank eens dat niet de huurovereenkomsten, maar het addendum een juist beeld geeft van de werkelijke contractuele verhoudingen. Het hof is het echter niet met de rechtbank eens dat A en B gezamenlijk als huurder van de gehele, onverdeelde mediacomplex moeten worden aangemerkt. Volgens het hof zijn A en B twee zelfstandige stichtingen die weliswaar naar buiten toe veelal gezamenlijk optreden, maar geen fiscale eenheid of een entiteit vormen die voor de heffing van btw als één ondernemer kwalificeert.

Afzonderlijke verhuur


Volgens het hof moet zowel de verhuur aan A als die aan B afzonderlijk worden bezien, en moet per ondernemer worden bepaald of aan de 90%-eis is voldaan. Dat betekent dat als uitsluitend de verhuur aan B in aanmerking wordt genomen, voldaan is aan de eis dat de onroerende zaak wordt gebruikt voor doeleinden waarvoor een (nagenoeg) volledig recht op aftrek van btw bestaat. Het gelijk is aan de ondernemer.
[ Bron: Redactie Plein+ ]

Gepubliceerd

30 juli 2010

Laatst gewijzigd

30 juli 2010, 12:52 uur

Rubriek

Onderwerpen


Opinie

Start en einde btw-ondernemerschap

Machiel van Driel

De btw is voortdurend in beweging. Zonder al te veel moeite kun je wekelijks schrijven over belevenissen in btw-land. Enkele onderwerpen wil ik behandelen op het Symposium van Plein+ op 1 oktober 2009. Twee onderwerpen die voor uw praktijk herkenbaar moeten zijn.

De BTW-perikelen van een eenmansondernemer

Machiel van Driel

Het BTW-leven van een ondernemer begint vaak al eerder dan men denkt. Niet het daadwerkelijk verkrijgen van het BTW-nummer is de start, maar de allereerste investeringshandeling. Maar welke investeringshandeling leidt nu wel en niet tot BTW-ondernemerschap en wat zijn de gevolgen hiervan?

Video

Alleen voor leden Verdieping
Shop

BTW; Belasting met Te veel Werk?

Mr. C.W. van Vilsteren-Maters

BTW en internationaal zaken doen

mr. M.C. van den Oetelaar, mr. F.L.J. Vervaet

Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW

mr. dr. A.J. van Doesum

BTW Memo

Mr. R. van Sligter

Stellingen

Moet belastingvrijstelling van de groene auto blijven?