Heeft u de betaalde rente aan al gerenseigneerd?

Gijs Vernoij , Van Oers Accountants en Belastingadviseurs / 0 reacties

Al op 1 juli 2005 is de Europese Spaarrenterichtlijn in werking getreden. Anders dan dat de naam doet vermoeden ziet de richtlijn niet alleen op spaartegoeden aangehouden bij een (buitenlandse) bank. Rentebetalingen gedaan door bijvoorbeeld een Nederlandse vennootschap aan een in bijvoorbeeld België of Duitsland woonachtige natuurlijke persoon vallen ook onder deze richtlijn. Met name dit laatste aspect is ondanks dat de richtlijn al 5 jaar geldt, nauwelijks algemeen bekend.

Doel


De Spaarrenterichtlijn heeft als doel ervoor te zorgen dat belastingheffing over ontvangen interesten in de EU-lidstaten effectief en ook daadwerkelijk kan plaatsvinden. De spaarrenterichtlijn schrijft hiertoe een automatische gegevensuitwisseling voor tussen de EU-lidstaten (of een aantal andere landen en gebieden) van grensoverschrijdende rentebetalingen.
­
Deze gegevensuitwisseling geldt niet voor alle deelnemende landen en gebieden. Landen die geen gegevens uitwisselen dienen een bronheffing in te houden. Deze bronbelasting bedraagt nu 15 procent en wordt vanaf 2008 respectievelijk 2011 verhoogd naar 20 procent en 35 procent. Met België is inmiddels een overeenkomst gesloten dat België dat zij de door Nederlanders ontvangen interesten vanaf 2008 gaan renseigneren aan de Nederlandse Belastingdienst.
­

Op wie van toepassing


De richtlijn is van toepassing op Nederlandse lichamen en natuurlijke personen die in het kader van hun onderneming rentebetalingen verrichten aan natuurlijke personen die in een andere EU-lidstaat wonen. Rentebetalingen zien op alle vormen van rente. Het maakt in dit kader niet uit of de rente betaald of bijgeschreven wordt. De richtlijn is dus niet van toepassing op louter financiële instellingen, maar geldt dus ook voor B.V. en VOF’s.
­

Verplichtingen 


Het uitkerende lichaam of persoon is verplicht om degene aan wie hij de rente uitbetaalt te identificeren. Aan de hand van een geldig identiteitsbewijs moeten naam, adres, woonplaats en sofi-nummer worden geregistreerd. Ten tweede moet de uitbetalende instantie de volgende gegevens doorgeven aan de Nederlandse Belastingdienst:
  • de identiteit en woonplaats van degene die de rente ontvangt;
  • de naam en het adres van de uitbetalende instantie;
  • het rekeningnummer van de ontvanger van de rente of, bij het ontbreken daarvan, een eenduidige omschrijving van de rentedragende schuldvordering;
  • het bedrag van de betaalde rente;
  • gegevens over de soort rentebetaling.

­

Termijn


Deze gegevens moeten binnen twee  maanden na de rentebetaling worden verstrekt aan de Nederlandse Belastingdienst. Hiervoor bestaan speciale formulieren. Het is evenwel toegestaan de melding te beperken tot het totaalbedrag aan uitbetaalde rente per jaar. Dit betekent dat de eerste melding moet plaatsvinden uiterlijk op 28 februari 2010 met betrekking tot de uitbetaalde rente over 2009
­
Voldoet uw cliënt niet aan de meldingsverplichting dan loopt uw cliënt het risico dat een boete wordt opgelegd. Laat het niet zo ver komen, maar informeer uw cliënt tijdig!

Reacties (0)

Reageren:
 
 
 
 
 

Gepubliceerd

8 februari 2010

Laatst gewijzigd

8 februari 2010, 12:55 uur

Aantal keer gelezen

225 keer
Blog afdrukken Blog afdrukken Blog doorsturen Blog doorsturen
Tekstgrootte A A A
Alleen voor leden Verdieping
  • 20 krediettips voor het mkb

    In tijden van crisis nemen overheden diverse maatregelen om de toegang tot bedrijfskredieten voor het mkb te vergemakkelijken of werkkapitaal zeker te stellen. Hieronder staat een opsomming van de belangrijkste maatregelen in 2010 en een overzicht van de reguliere krediet- en (fiscale) subsidievoorzieningen.

      Achtergrondartikel | Plein+
  • Investeren

    In het dossier investeren staat het investeren in de onderneming en het financieren van de onderneming en bedrijfsmiddelen centraal. Hierbij wordt in eerste instantie aandacht besteed aan de financiering van de onderneming, zoals bancaire leningen, de durfkapitaalregeling en de commanditaire vennootschap. Bij het investeren in bedrijfsmiddelen komen de fiscale faciliteiten zoals de egalisatiereserve, de herinvesteringsreserve, de willekeurige afschrijving en de investeringsaftrek aan bod.

      Dossier | Fiscaal+
  • Oprichting van de BV

    Dit dossier behandelt alle aspecten die een rol spelen bij de keuze om wel of niet te gaan ondernemen met een BV. Daarna wordt uitgebreid ingegaan op de oprichting van de BV.

      Dossier | Fiscaal+
Shop

100 vragen en antwoorden over Auto en Fiscus

mr. J. Rolleman

145 Vragen en Antwoorden over Bedrijfsopvolging

J.G.S. Warmerdam

4e tranche AWB

Aankoop van de eigen woning

Stellingen

De toon van belastingbrieven wordt vriendelijker